Space Woman

06-01-2020

Sommige ideeën komen in me op en vinden direct het levenslicht. Het zijn inzichten, die invallen waarbij een soort 'eureka'-gevoel ontstaat, omdat ze zo verrassend eenvoudig zijn. Andere ideeën vragen om meer rijpingstijd, alsof ik ze eerst moet doorvoelen, doorgronden voordat ze ruimte krijgen op papier. Vaak ga ik dan eerst door een innerlijk proces, soms zelfs een kleine crisis, voordat ik erover kan schrijven.

Dat is nu ook het geval. Ik worstel al een tijd met het concept 'ruimte', ofwel de ruimte, die ik kan en mag innemen voor mezelf en hoe ik me verhoud tot de ruimte van anderen. Steeds weer dringt het onderwerp zich aan me op, steeds vanuit een andere invalshoek, maar het laat me niet los.

Zo bezocht ik laatst een retraite met spirituele workshop, zoals yoga, lichaamswerk en meditaties. Er waren ook Space Holders aanwezig: een soort begeleiders, die zorgen voor een veilige sfeer. In een van de sessies werd gezegd: 'Zij zijn er voor je, als je het even moeilijk hebt, maar de beste Space Holder ben je meestal zelf.' Helemaal waar, want hoe mooi is het als je je eigen proces kan dragen? Als je jezelf gerust kan stellen?

Mensen hebben vaak de neiging om je te troosten als je verdrietig bent. Maar het aanreiken van zakdoeken en het sussen van verdriet geeft impliciet de boodschap dat tranen zo snel mogelijk weggepoetst moeten worden. Dit terwijl het erg helend kan zijn om je emoties zo nu en dan de ruimte te geven, het is een soort reiniging waarna je vaak letterlijk meer ademruimte voelt, en energie weer vrijer kan stromen.

Bij ruimte innemen denk ik ook aan de mate waarin je je wel of niet aanpast aan anderen, in hoeverre je authentiek bent of niet. Het ingewikkelde is dat iedereen op een bepaalde manier uniek wil zijn en gezien en gewaardeerd wil worden om wie hij of zij is. Tegelijkertijd willen de meesten van ons graag ergens bij horen en onderdeel zijn van een groep. Om erbij te horen, ga je je vaak automatisch kleden in dezelfde stijl en gedragen op een manier die past bij de groepsidentiteit. Hiermee verlies je een stukje van je eigenheid.

Dat is niet per se verkeerd, doordat je je een beetje aanpast kan je prettig met anderen samenleven en samenwerken. Het wordt pas een probleem wanneer je je zo aanpast dat je jezelf niet meer herkent in hoe je doet en praat.

Ik ervaar dat soms in liefdesrelaties. Er ontstaat een soort versmelting, een symbiotische band tussen mij en mijn partner. Het gebeurt subtiel, op onbewust niveau, waarbij beider grenzen vervagen. Het is niet meer duidelijk waar de een ophoudt en de ander begint te bestaan. Het is het soort alles overheersende verliefdheid, waarover je leest in liefdesromans en waarover gezongen wordt in liefdesliedjes.

Hoe heerlijk het ook klinkt om je daarin te verliezen, het maakt het soms moeilijk om op eigen benen te blijven staan, want de pijn is groot, als de versmelting door een van twee doorbroken wordt. Waarschijnlijk is het een van de levenslessen die ik nog te leren heb: mezelf blijven in relatie tot een ander.

Om dat te leren zet ik kleine stapjes. Zo laat ik me steeds minder beïnvloeden door wat anderen vinden en maak ik mijn eigen keuzes. Zelfs als dat betekent dat ik soms dingen doe waar mijn familie of vrienden niet achter staan, zoals het laten zetten van een hele grote tatoeage op mijn onderarm en het gebruiken van Ayahuasca (een hallucinerend plantmedicijn). Ik probeer steeds te voelen wat goed voelt voor mij door te luisteren naar mijn intuïtie, of onderbuikgevoel in de keuzes die ik maak. Hierdoor ontdek ik steeds beter wie ik ben, wat bij me past en wat niet.

En mijn conclusie is dat ik van alles ben: open, gevoelig, intens, creatief en impulsief. Ik zoek graag de stilte op in de natuur of sta te beuken op een Hardstyle-feest, ik draag pumps onder een kanten jurkje of een jeans met Nikes, ik hou van spiritualiteit en Hollandse nuchterheid, ik loop halve marathons en drink meters bier, ik ga vol gas van de piste maar kan niet file parkeren, ik ben dol op borrelen met vrienden en verlang soms naar alleen zijn.

Dit hoort allemaal bij mij en de ruimte die ik wil innemen. En wat ik vooral leer over mezelf: ik ben niet in een hokje te plaatsen, dus laat mij maar lekker spacen af en toe.